Warmte vraagt om verbinding

In Nederland isinmiddels iedere gemeente bezig (geweest) met het opstellen van een Regionale Energietransitie Strategie. Het PBL publiceerde 1 februari de ‘Monitor concept-RES. Op basis van de op 1 oktober 2020 aangeboden concept-RES uit de gemeenten is deze monitor opgebouwd. Voor duurzame elektriciteit zijn goede stappen gezet, maar de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk blijft een belangrijke onzekerheid, zo blijkt uit deze monitor. Een deel daarvan is te wijten aan de beperkte warmtetransitieplannen van de gemeenten; deze moeten voor het grootste deel nog bedacht worden. Slimme groene warmtenetten kunnen de druk op de capaciteit van het elektriciteitsnet voor een deel verlagen.

Capaciteit elektriciteitsnet ontlasten met warmtenet

Een slim groen warmtenet werkt op lokale of regionale duurzame warmtebronnen, zoals restwarmte, lokale biomassa en op termijn ook geothermie. Warmte uit de aarde en lokale biomassa vergen relatief weinig elektriciteit. Restwarmte is afkomstig van (vaak grote) elektronische installaties met energie-overschot, zoals datacenters. Zij maken gebruik van het elektriciteitsnet, maar hun proces produceert ook restwarmte. Door die restwarmte op te vangen in het warmtenet, recyclen we als het ware een deel van de elektriciteit van de installaties. Zo kunnen omliggende huizen zonder extra belasting van het elektriciteitsnet verwarmd worden, door een aansluiting op het slim groen warmtenet. Dat bespaart weer elektriciteit!

Verbinding

De Monitor concept-RES heeft ook een beknopt hoofdstuk over duurzame warmte. Wat blijkt: ‘Ruim driekwart van de regio’s heeft behoefte aan afstemming op bovengemeentelijk of bovenregionaal niveau van vraag en aanbod.’[1] In de RSW doet 40% van de regio’s een voorstel voor bovengemeentelijke warmte-infrastructuur.[2] Polderwarmte is erg blij met die ontwikkeling, want de warmtetransitie vraagt om verbinding en is niet grensgebonden. Soms zijn warmtekavels veel logischer als er gekeken wordt over gemeentegrenzen heen.

Polderwarmte staat voor actie. De warmtetransitie moet nu gebeuren. We moeten daarom oppassen dat we niet te lang naar het grote plaatje blijven kijken, maar beginnen waar het kan. Vaak willen gemeenten wachten tot alle warmtekavels bekend zijn, voordat er begonnen kan worden in een kavel. Polderwarmte denkt juist dat succesvolle projecten een inspiratie kunnen zijn voor andere warmteprojecten. Dat 40% van de regio’s voorstellen bovengemeentelijke warmte-infrastructuren aan te leggen, mag niet het eindresultaat zijn. Logischer is dat 100% van de regio’s de bovengemeentelijke warmtetransitie niet uitsluiten. De warmtetransitie kan alleen succesvol worden als warmtekavels flexibel zijn en niet persé gebonden zijn aan gemeentegrenzen.

[1] Monitor concept-RES, p.46.

[2] Monitor concept-RES, p.47.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *